[Terug naar index heiligdommen]

Kapelletjes; kleine heiligdommen op sterke plaatsen ter verering van...

- Tijdsperiode: vanaf de kerstening en tijdens de christelijke tijd tot aan de afschaffing van het gebruik om op leycentra
te bouwen rond 1350 (na 496 n.Chr. - ±1350 n.Chr.)
- Volk: de christenen in de Lage Landen
- Functie: heiligdom (klein godshuis voor bidden en verering)
- Vorm: eerst houten en later stenen bouwwerk
- Rituelen: onbekend
- Energetisch: zie het energetische model, staan op een kruispunt van leylijnen (voor 1350)
- Bekende locaties: wijd verspreid


Een kapel, een voor godsdienstoefeningen bestemde ruimte van gewoonlijk beperkte afmetingen, die zowel onderdeel van een kerk, huis of klooster kan zijn als een zelfstandig gebouw. En die laatste wordt in deze tekst bedoeld. Kapellen komen in alle soorten en maten voor. Kapellen waar tientallen mensen in kunnen met (bijna) de grootte van een kerk tot een kapel met een nis waar een beeldje in staat, een niskapel. Vooral in het Nederlandse Limburg kom je veel kapelletjes en veldkruizen tegen. De meeste zijn echter uit recentere tijden, van na 1350, waarbij ze meestal niet gesitueerd zijn op een leycentrum. Maar er zijn ook kapelletjes die uit de middeleeuwen stammen en op een leycentrum staan, of in latere tijden (onbewust) op een krachtige plaats zijn gebouwd.

Met de kerstening van de Lage Landen werden er veelal houten kapellen en kerken gebouwd. Dit gebeurde vaak bij of op de plaats van het heidens heiligdom van de toenmalige bevolking. Enerzijds waren de missionarissen zeer rigoureus en vernietigden ze het oude heiligdom en bouwden een nieuwe kapel of kerk er bovenop. De bevolking werd zo gedwongen de nieuwe godsdienst aan te hangen. Anderzijds bouwde men de kapel naast of vlak in de buurt van het oude heiligdom. Langzaam schakelde men over en verdween het oude heiligdom stukje bij beetje. Dit proces is in zowel Nederland als België zeker nog in de vorige eeuw doorgegaan. Door de vernietigingsdrang om de heidense heilige plaatsen in onbruik te laten vervallen is veel kennis van de oude cultuur verloren gegaan. Toch zijn er nog een aantal blijven bestaan, al was het de kerk bijna gelukt ze geheel te laten verdwijnen!

In het Drentse Anloo staat een kerkje met het schip uit de 11e eeuw en de toren uit de 12e eeuw. Onder en naast de toren heeft er een hunebed gelegen, waarvan de stenen gebruikt zijn in de fundering van de toren. Dit duidt er op dat de stenen van het hunebed er nog lagen toen het schip gebouwd is, maar dat het een eeuw later verdwenen is met de bouw van de toren.

De bouw van de kapel of kerk vond meestal plaats nabij of op de oude heilige plek. Dit was een krachtplek (= leycentrum). De christelijke kerk bouwde ook op krachtplekken en maakte daarom veelvuldig gebruik van de oude heiligdommen. Een missionaris had een staf bij zich. Hij (of iemand anders) gebruikte deze staf om water te vinden om mensen te dopen en om te bepalen waar er een kruispunt van leylijnen was om een kapel of kerk te laten bouwen. Men zegt dat rond 700 Willibrord op zijn tocht naar het noorden via deze baan in Alphen kwam om het evangelie te prediken. De legende zegt dat op deze plaats Willibrord de dorpelingen wilde dopen. Toen hij geen water trof zou hij zijn staf in de grond hebben gestoken, waarna er water uit de grond opborrelde. (Zo schrijft het bordje bij de Willibrorduskapel bij het Noord-Brabantse Alphen.) Behalve de staf werd ook de houten gaffelwichelroede gebruikt als instrument om de plaats van het godshuis te bepalen. Daarnaast werden ook ossen (of andere runderen) gebruikt voor de plaatsbepaling.
Niet alleen bij oude heidense plekken werden kapelletjes en kerken gebouwd, ook werden er op nieuwe plekken een godshuis neergezet. Dit gebeurde als er geen oud heiligdom was, of te ver weg gelegen was, of wegens andere wichtige redenen. In de eeuwen die volgden zijn veel kapellen uitgebreid tot of vervangen door een kerk.



Energetisch model
Een kapel (van voor 1350) heeft de volgende energetische kenmerken:

# 1 - De kapel werd boven een redelijk sterk leycentrum gebouwd. Daarbij zorgde men dat het altaar met beeld en/of het torentje op het dak van de kapel op het leycentrum gesitueerd werd.
# 2 - De kapel werd met de lenterichting op een leylijn gebouwd, de zogenaamde hartlijn.

Van magische cirkels is er gewoonlijk geen gebruik gemaakt. Wel kun je letten op heidense of christelijke voorgangers van de heilige plek. Enkele voorbeelden van kapellen zijn de:

·    Sint-Gudelakapel te Moorsel (prov. Oost-Vlaanderen) op een krachtige plek.
·    Rielenkapel te Lichtaart (prov. Antwerpen) is vermoedelijk in de oude tijden gebruikt om vruchtbaarheidsrituelen
te houden.
·    Kapel van Hoksent te Eksel (prov. Vlaams-Limburg) is omringd door lindebomen.
·    Mariakapel te Schinnen (prov. Ned. Limburg) boven op de Krekelberg.
·    Spijkerkapel te Esdonk (prov. Noord-Brabant) waar er spijkers worden geofferd.
·    Kapel voor Onze-Lieve-Vrouwe-ter-Nood-Gods te Bergharen (prov. Gelderland) waar een eeuwenoude linde
heeft gestaan.
·    Onze-Lieve-Vrouwe-van-de-Keins nabij Schagen (prov. Noord-Holland) waar er ooit een Mariabeeld met
daarop een kind kwam aandrijven.